Gangnauwkeurigheid
In de geschiedenis van de tijdmeetkunde is gangnauwkeurigheid altijd een belangrijk onderwerp geweest. Na de uitvinding van het eerste mechanische uurwerk is de slinger eeuwenlang het meest nauwkeurige regelorgaan geweest.
Bij zeer nauwkeurige laboratoriumuurwerken werd een gangnauwkeurigheid bereikt
van wel één seconde per 24 uur.
Bij draagbare uurwerken werd deze grote
nauwkeurigheid pas veel later bereikt; eigenlijk pas bij de intrede van de
elektronica in de uurwerktechniek.
|
gangnauwkeurigheid
|
afwijking per 1.000.000 jaar
|
|
| Eerste zakhorloge |
10 min/dag
|
6950 jaar
|
| chronometer met balans |
10 sec/dag
|
115 jaar
|
| stemvorkuurwerk |
1 sec/dag
|
11,5 jaar
|
| kwartsuurwerk |
0,1 sec/dag
|
1,15 jaar
|
| atoomklok |
1 sec/1.000.000 jaar
|
1 sec in 1.000.000 jaar
|
Atoomklokken
De meest nauwkeurige uurwerken zijn tegenwoordig de atoomuurwerken.
De nauwkeurigheid van deze uurwerken is zo groot dat een gangnauwkeurigheid van
één seconde in de één miljoen jaar te verwachten is. Dit is een waarde die
voor de tijdmeting in het dagelijks gebruik als absoluut nauwkeurig kan worden
beschouwd. Het probleem van de gangnauwkeurigheid is met de komst van de
atoomklok wel opgelost.
Zie ook: De juiste tijd