Omstreeks
1300 verschijnen in Europa de eerste mechanische uurwerken als openbare
tijdaanwijzer
Deze uurwerken waren van smeedijzer en waren voorzien van één wijzer die
alleen de uren aangaf.
Na lange periode van ontwikkeling waren de uurwerken zo ver verfijnd dat kleine modellen voornamelijk voor kloosters en later voor privé bezit vervaardigd konden worden.
Hiernaast is een Gotische klok afgebeeld die omstreeks
1540 in Zuid-Duitsland is gemaakt.

Nadat de Nederlandse geleerde Christiaan Huygens in 1656 de slinger als regelorgaan introduceerde werden de klokken veel, nauwkeuriger en verscheen steeds vaker de minuutwijzer op de wijzerplaat.
In de 18e eeuw ontstonden er veel werkplaatsen waar uurwerken werden gemaakt. In Duitsland ontstond een industrie in het Zwarte woud, Frankrijk is bekend om zijn Comtoiseklokken en Franse pendules en in Nederland bestond een bloeiende industrie in Friesland.

In
de tweede helft van de 19e eeuw zijn pioniers begonnen om elektrische uurwerken
te ontwikkelen om hiermee een betere nauwkeurigheid te bereiken.